Geluk in 2022

Het verhaal gaat dat Hillary en Bill Clinton samen bij een tankstation in haar voormalige woonplaats een ex-vriend van Hillary ontmoetten. ‘Fijn hé’ zegt Bill, als ze weer samen in de auto zitten, ‘dat je met mij getrouwd bent, anders was je hier pompbediende geweest’.

Toen ik afgelopen week naar een interview keek tussen Yuval Noah Harari en Janine Abbring, was ik onder de indruk van de manier waarop onze wintergast zijn leven leeft. Hij stond op het punt om voor twee maanden naar een stilte-meditatie te vertrekken en doet hij dat niet, dan mediteert hij zo’n twee uur per dag. Waar haalt hij de tijd vandaan? Nou heeft hij geen smart telefoon, dus dat scheelt. Maar dan nog, het lukt hem toch maar om boeken te schrijven, les te geven, zich te laten interviewen en ook nog diverse series op de televisie te bekijken. En los van de tijd, het lukt hem ook om een aantal interessante antwoorden te geven op vragen van de mensheid, zoals hoe wij de heersers van de wereld konden worden. Of hoe het misging tijdens de ‘agrarische revolutie’, waarbij wij overgingen van een leven als jager-verzamelaar naar een veel ongezonder sedentair bestaan met een vaste woonplaats. Mensen trokken na deze revolutie niet meer als nomaden rond, maar gingen landbouw bedrijven en vestigden zich in dorpen en steden. Deze agrarische revolutie ligt alweer zo’n 13.000 jaar achter ons, dus het gaat hier om grote stappen. Er ontstond toen, zo meldt Harari, ongelijkheid tussen een kleine groep landeigenaren aan de ene kant en een aanzienlijke groep landarbeiders aan de andere kant. Bovendien, zo zegt hij, zijn we in de luxe-valkuil gelopen: luxe ontwikkelt zich tot noodzaak wat weer nieuwe verplichtingen schept. Tja, daar zit je dan in je comfortabele televisiestoel, omgeven door een knapperend haardvuurtje met een kopje thee binnen handbereik.

Meditatie ziet hij als een belangrijk wapen tegen de grote uitdagingen die op ons afkomen omdat het een manier is om ‘de waarheid over jezelf’ te leren kennen. Dat is een mooie uitdaging om een nieuw jaar in te gaan. Ik ga een poging doen door mijn vaste woonplaats in de Gelderse hoofdstad in te ruilen voor een dorpje in Friesland om daar als jager-verzamelaar achter de koeien aan te gaan. Ook houd ik tijd over die ik kan investeren in uitkijken over het platteland en mijmeren over hoe het leven had kunnen lopen.

‘Ja fijn hoor’, zou Hillary tegen Bill hebben opgemerkt, ‘maar als ik met hém getrouwd was, was híj president van de Verenigde Staten geworden’.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 56e blog. Over een maand verschijnt de 57e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe volle?

In het boek De Friezen van Flip van Doorn staat een passage dat gaat over hoe Friesland is ontstaan. De schrijver is bij de bron van de Rijn in Zwitserland. De bergen daar zijn in de loop van miljoenen jaren uitgesleten en de rivier heeft het zand en de steentjes meegenomen op haar tocht via de Rijn in Duitsland en de IJssel in Nederland richting IJsselmeer, om het daar los te laten. Eigenlijk bestaat Friesland uit stukken berg die uit Zwitserland zijn komen aanvaren en dat beeld trof mij. Nu begin ik te snappen dat die Friezen zo trots zijn op hun land, hoewel, hún land, het is eigenlijk allemaal import. Ik heb enkele jaren geleden ook die berg in Zwitserland fietsend beklommen en de bron van Friesland mogen aanschouwen. Het is inderdaad mooi daar.

En dan de Friezen zelf. Vanzelfsprekend is het een volk dat doortastend is en veel waarde hecht aan vrijheid en zelfstandigheid. Hun heitelân heeft binnen Nederland altijd een status aparte behouden en dat gun ik ze van harte. Maar, zo zegt van Doorn, de voornaamste reden dat de Romeinen de Rijn als grens van hun rijk aanhielden, was dat ten noorden ervan nauwelijks iets te halen viel. ‘Het onderwerpen van een volk dat half op het land half op het water leefde en zo weinig bezittingen had dat het de grond op moest stoken, zou meer kosten dan het ooit aan belastinginkomsten kon opleveren’. Tja.

Vandaag gaan we mijn vader uitstrooien, in Friesland. Na een mooi leven en een gelukkig huwelijk staat zijn urn alweer enkele maanden op de schoorsteenmantel. Samen met mijn moeder en broers gaan we daar een mooi moment van maken. Tenslotte zijn ze in Friesland getrouwd en heeft mijn moeder er in haar jonge jaren gewoond. Tot stof zult gij wederkeren, staat er in de bijbel. Wederkeren tot de aarde en in dit geval de Friese aarde. Kansas maakte er in 1977 een prachtig nummer over, Dust In The Wind. Hopelijk voelt hij zich daar thuis. Ik vermoed van wel, als ze maar niet al te Fries tegen hem gaan praten, want dat verstond hij meestal niet zo goed. ‘Hoe volle?’ vroegen ze hem een keer toen hij koffie bestelde in een Fries café. Nou doe maar lekker vol, zei hij, maar ze wilden weten hoevéél kopjes koffie hij wilde. Lachen met die Friezen, ik verheug me erop. Het ga je goed daar! En na afloop drinken wij volle koffie. Op jou.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 55e blog. Over een maand verschijnt de 56e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Stabiele ongelijkheid

‘Inkomensongelijkheid al jaren stabiel’, las ik onlangs in de krant. En het stelde mij gerust, vooral door dat woordje ‘stabiel’. Dan zit het wel goed, zo dacht ik. Iets wat stabiel is, is in ieder geval niet labiel. Dat zou meer reden zijn tot zorg. Echter, toen ik het nogmaals tot mij door liet dringen, vroeg ik mij af of dit nu goed of slecht nieuws was. Het bleek geen goed nieuws te zijn. Zo las ik over de Lorenz-Curve en de Gini-coëfficiënt, allemaal manieren om de ongelijkheid te meten en te vergelijken. Interessante materie en ik waande mij weer op de middelbare school, waar dit waarschijnlijk ook is behandeld. Economie heb ik altijd een mooi vak gevonden, vooral door de manier waarop de leraar de lessen indeelde. Eerst bleef hij een kwartier buiten roken, daarna kwam hij binnen en ging wat babbelen met enkele leerlingen over de economische impact van mooi weer en lange dagen. Tot slot ging hij er vol in om zijn lesstof er binnen een half uur doorheen te jassen. Onvergetelijk en heel stabiel.

Enfin, qua ongelijkheid deden we het in Nederland nog niet zo slecht, zo stond er, omdat de ongelijkheid in bijvoorbeeld Spanje en het Verenigd Koninkrijk veel groter is. Binnen Nederland zie je ook grote verschillen. In gemeenten zoals Blaricum en Wassenaar is de ongelijkheid groter en ook in studentesteden is dat meestal het geval. Op sommige dagen maak ik mij daar zorgen over en op andere dagen kwaad. Als ik zie wat een doktersassistent verdient in een huisartsenpraktijk dan vind ik dat bedroevend weinig. Ze hebben de meest lastige positie. Ze moeten veel telefoontjes opvangen van ongeruste patiënten. Ze krijgen van alles naar hun hoofd geslingerd omdat de patiënt soms meteen de dokter wil spreken. En de werkdruk is enorm omdat er een tekort is aan assistenten. Eenmaal bij de huisarts zijn de patiënten meestal poeslief en is het ja dokter nee dokter. Dit is nu nog actueler dan ooit omdat, zo vertellen ze mij, het geduld van de patiënten op is en men eerder aan de taks zit. De agressie trainingen zijn niet aan te slepen. Daar hebben ze dan ook weer een protocol voor, dat is het goede nieuws. Kortom, er is wat aan de hand. Ook elders zijn er tekenen dat er wat aan de hand is. De stabiele ongelijkheid is te hoog. En de assistenten verdienen meer.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 54e blog. Over een maand verschijnt de 55e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Principes

Toen wij afgelopen weken een fietstocht maakten langs de Po in Italië, kwam het regelmatig voor dat we overdag een kamer boekten voor diezelfde avond. Dat kan technisch heel makkelijk, zo dacht ik, bovendien was het geen hoogseizoen dus kamers zat. Ik stond (en sta) op het standpunt dat ik dat ‘in principe’ niet doe met de organisatie die onterecht veel coronagelden heeft opgestreken. Dus zat ik tijdens de cappuccino te prutsen op mijn telefoon om die organisatie te omzeilen. En telkens kwam ik toch weer bij die ene aanbieder uit die ik niet bij naam zal noemen. Ik ging overstag en ook de volgende keer ging ik wederom in zee met deze club, want, en dat moet ik ze nageven, ze hebben een mooi systeem opgetuigd dat goed werkt en waarmee je heel makkelijk een kamer kunt boeken. En toch zat het mij niet helemaal lekker. Hoewel ik van mijzelf weet dat vasthouden aan principes niet mijn allersterkste kant is, vond ik mijzelf nu wel heel makkelijk afglijden.

Na een poosje probeerde ik het al niet meer en ging ik direct met deze organisatie in zee. Want het leed is geleden, het wende en ze leken ook heel blij met mij te zijn want ze spraken mij aan met mijn voornaam: Hallo Jan zus, hallo Jan zo.

Tot ik aan het einde van de reis, al Pootje badend, een sublieme ingeving kreeg. We boekten een kamer bij een particuliere ‘host’ via deze organisatie, waar we twee nachten wilden blijven. We reserveerden één nacht en eenmaal aangekomen vroegen we of er ook voor een tweede nacht plaats was en dat was er. Wij betaalden hetzelfde bedrag zodat onze host er meer aan over hield. Dat bleek ook nog een student te zijn die het geld voor de verhuur van zijn appartement goed kon gebruiken. En zo hebben we, in ieder geval voor ons gevoel, toch nog iets goeds gedaan, ook al heeft een hoog Do-ist-der-Bahnhof-gehalte. Wat hebben we genoten en wat smaakten die cappuccinootjes ineens lekker. Hadden we veel eerder moeten doen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 53e blog. Over een maand verschijnt de 54e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Super

Met mijn fietshelm nog op loop ik door een Duitse supermarkt. Oh ja, het mondkapje. Ik pak wat eten links en rechts uit de schappen en loop met volle handen naar de kassa. De caissière stuurt mij met de bananen naar de weegschaal, want ik had niks afgewogen. Ondertussen staan de mensen in de rij op mij te wachten. Ik kom terug met het stickertje. Ik reken af en wil zo snel mogelijk de winkel verlaten. Maar het lukt niet alle boodschappen even gauw mee te nemen. Telkens valt die worst uit mijn handen en de caissière wacht geduldig tot het uiteindelijk lukt. Ik mompel nog door mijn mondkapje heen, in het Duits, dat de worst niet meewil, maar geloof niet dat dit als een goede grap werd ervaren. Ik vond ‘m zelf niet eens grappig. Opgelaten verlaat ik de winkel. Auf wiedersehen!

Doet mij denken aan een initiatief van een Haagse huisarts die op de bakfiets naar mensen thuis gaat. Een huisarts zonder personeel (HZP-er) die zelf de telefoon opneemt en daarmee een persoonlijke band opbouwt met zijn patiënten. Dit is één van de voorbeelden die valt onder het initiatief van de Juiste Zorg op de Juiste Plek (JZOJP). Veel consulten vinden telefonisch of digitaal plaats (70%) en anders springt de huisarts op zijn fiets en gaat naar de patiënt toe. Of de patiënt komt, indien gewenst, naar de praktijk. Het is allemaal mogelijk. Het is persoonlijk. Het is kleinschalig. Hoeveel patiënten deze huisarts kan bedienen is mij niet geheel duidelijk, maar het initiatief is bewonderenswaardig. Qua concept is daar zeker van te leren. Ook in Duitse supermarkten.

Het gevoel dat de supermarkt niet op mij zit te wachten, dat ik eigenlijk enorm in de weg sta, dat ik mij niet aan de supermarktregels heb gehouden van karretjes en mandjes en zelf afwegen van fruit, want zo doen wij dat hier. Dat gevoel is fnuikend. Het gevoel er niet bij te horen. Ja, dan krijg je dit, lijken ze mij allemaal te willen zeggen.

Soms zou een beetje hulp best fijn zijn. Zal ik de banen even wegen? Wilt u een zakje? Lukt het allemaal een beetje? Nu voel ik mij toch de Grote Onhandige Man die misschien best leuk kan fietsen met z’n gekke fietsbroekje en z’n helm op z’n hoofd, maar zich niet onder de mensen moet begeven. Waarom komt die supermarkt niet naar mij toe? De Juiste Etenswaren op de Juiste Plek (JEOJP). Ik blijf buiten en de medewerker van de supermarkt haalt mijn boodschappen, desnoods per fiets, rekent af en wenst mij nog een fijne dag. Zou super zijn.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 52e blog. Over een maand verschijnt de 53e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

De romantiek van de industrie

Vorige week fietste ik van Groningen naar Buitenpost in Friesland. Net voorbij Groningen kwam ik door Hoogkerk wat een bijzondere uitstraling heeft als je ervan houdt. Schoorstenen, grote silo’s en hoge hekwerken duidden op industrie en bedrijvigheid. Daar voorbij werd het landschap weer romantisch en fietste ik langs het Hoendiep door dorpjes als De Poffert en Gaarkeuken. Misschien zijn het niet eens dorpjes, maar gehuchten, hoewel het verschil mij niet helemaal duidelijk is.

En zo wisselen industrie en romantiek elkaar af. Ook in de geschiedenis was de Romantiek een reactie op de idealen van de Verlichting en op de Industrialisatie uit de achttiende eeuw. Dat zie ik hier met mijn eigen ogen gebeuren. Door wetenschappelijke verbeteringen en uitvindingen in onder andere de landbouw, kwam de industrialisatie op gang. Ook de komst van de stoomtreinen en stoomschepen droegen daaraan bij.

Romantici keerden zich tégen dit vooruitgangsgeloof. Zij wilden terug naar het oorspronkelijke, de ongerepte natuur. De oude natuur stond boven de nieuwe cultuur, want natuur bood rust en heling. Al fietsend kan ik mij wel iets voorstellen bij wat de romantici gedacht moeten hebben en als ik de krant lees zie ik ook nu geregeld iets terug van hun gedachtengoed. Ook bij mezelf bespeur ik soms een terug-naar-de-natuur-gevoel.

Aan de universiteit van Groningen is er zelfs een hoogleraar ‘Beleving en waardering natuur en landschap’. Zij is gepromoveerd op een onderzoek naar individuele verschillen in de waardering van ruige en verzorgde natuur. Nou lijkt de industrie van Hoogkerk mij niet direct vallen onder de definitie van ruige natuur, maar zo beleef ik het wel. Van mijn dochter die daar studeert begrijp ik dat het een ‘heel interessant onderzoeksgebied’ is. Dat vind ik ook, zolang ik er alleen maar doorheen hoef te fietsen.

Het uitzicht is indrukwekkend. Hier wordt karton gemaakt en suiker en de rookpluimen vormen samen met de wolken een mooi schouwspel. Het is wel de vraag of ik hier gefietst zou hebben als de romantici het voor het zeggen hadden gehad. Wandelen lijkt mij dan waarschijnlijker. Maar ook dat kan heel romantisch zijn.

Uit: 1000 PINGUÏNS door WASCO

Dit is mijn 51e blog. Over een maand verschijnt de 52e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Jubileum

Wie jarig is trakteert. Aangezien dit mijn 50e blog is, zie ik dit als een jubileumuitgave. Dat moet gevierd! Misschien valt het niet iedere lezer op, maar de laatste twee jaar gaat elke blog gepaard met een plaatje van een pinguïn van de striptekenaar WASCO. Toen zijn boek met 1000 PINGUINS uitkwam, heb ik hem gevraagd of ik zijn tekeningen mocht gebruiken en kreeg ik de reactie dat één pinguïn per maand akkoord was. Want eigenlijk wil hij geen digitale pinguïns, zijn werk is juist een ode aan het papieren boek. Gelukkig heeft hij voor mij zijn hand over zijn hart gestreken en kan ik elke maand grasduinen in 1000 PINGUINS om een geschikt exemplaar aan mijn blog toe te voegen. De pinguïns zijn een loflied aan de grafische kunst. Hij beperkt zich tot drie kleuren: rood, oranje en blauw. In die beperking toont hij zijn meesterschap. Verder ken ik WASCO niet, het is een pseudoniem, dat zal duidelijk zijn. Er zit een man achter, en deze man heeft een ambacht. Hij noemt het ‘een boek met tekeningen’. En dat is het ook. Vermoedelijk is het een man van weinig woorden.

De teksten komen tot stand door te gaan zitten en niet meer op te staan, tot er een ruwe schets staat. Dat heb ik ooit eens gehoord, in mijn oren geknoopt en voor mij blijkt het te werken. Soms verwonder ik mij door-de-maand ergens over en zet ik dat in mijn telefoon. Of ik lees iets wat mij verbaast. Op de 30e kijk ik naar die aantekeningen of niet en besluit ik waar de blog over zal gaan. Het mooie is, al schrijvende komen de ideeën vanzelf. Het meeste werk gaat zitten in het schaven en aanscherpen van de eerste versie. ‘Kill your darlings’ vind ik geen eenvoudige, maar wel een noodzakelijke stap. En dan laat ik er soms nog te veel leven. Oefening baart kunst.

Maar vandaag gaat deze blog helemaal nergens over. We vieren de 50 en ik trakteer op enkele pinguïns die eerder al eens voorbij zijn gekomen. Met de groeten van WASCO, want pinguïns zijn cool.

Uit: 1000 PINGUÏNS

Door: WASCO

Dit is mijn 50e blog. Een jubileum! Over een maand verschijnt de 51e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Verbazingwekkend

Soms verbaas ik mij waarover ik mij verbaas. Zo kwam ik laatst, op de fiets natuurlijk, een Limburgse tractor tegen met een uitlaatpijp die naar boven wees. Bovenop die pijp zat een flexibel klepje die open ging als de bestuurder gas gaf en naar beneden als hij minder gas gaf. Wat is de functie van zo’n klepje, vroeg ik mij af. Is het een indicator voor iets? En voor wat dan? Kan de bestuurder daaruit afleiden hoe hard hij gaat? Als ik in gezelschap ben breng ik dat soort zaken soms ter sprake, maar een goed gesprek hierover is toch niet eenvoudig. In feite interesseert het mij ook niet echt en daarom verbaas ik mij erover dat ik mij er toch over verbaas.

Omgekeerd gebeurt het ook, dat ik mij niet verbaas over iets verbazingwekkends. Zo kwamen we in het centrum van Swalmen op de Mert een terras tegen waar niemand zat. Het was tussen de middag en droog en we namen plaats. Iedereen zal wel aan het werk zijn, dacht ik, het is een klein stadje, dus logisch dat er niemand zit. Maar als je erover nadenkt is het heel merkwaardig: Limburg, centrum, terras, niemand.

Het was overigens een aangename verpozing en de eigenaresse was een jonge onderneemster die vóór corona het contract had getekend om de zaak over te nemen, zo vertelde ze, tijdens corona amper omzet heeft kunnen maken en nu hoopt op het allerbeste. Overheidssteun krijgt ze niet want ze voldoet niet aan de criteria die daarvoor gelden. Toen begon de verbazing weer op te spelen. Helaas begon het te regenen en ze mocht ons niet naar binnen uitnodigen want dan riskeerde zij een boete en dat wilde zij niet en wij nog minder. Ze nodigde ons uit om even in het voorportaal van haar etablissement te gaan zitten, zodat we droog zaten, maar niet binnen. Verbazingwekkend dat ze ons daar liet plaatsnemen want ik vermoed dat een wakkere ambtenaar dit toch als ‘binnen’ zou kunnen bestempelen. Dus begon ik mij te verbazen over het verschil tussen binnen en buiten in het algemeen en in dit bijzondere geval. Totaal niet interessant, want we zaten droog en de koffie was prima, maar ja, sommige gedachten zijn sterker dan jezelf. Dat zij de moed heeft ons hier te laten plaatsnemen, het risico op een boete voor lief neemt, maar bovenal gewoon open is terwijl er niemand komt, dat is pas verbazingwekkend. Dus ik zou zeggen: op naar de Mert in Swalmen!

Uit: 1000 PINGUÏNS door WASCO

Dit is mijn 49e blog. Over een maand verschijnt de 50e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Verschillen

Toen de terrassen weer open gingen ben ik natuurlijk direct naar het eerste het beste terras gehold om daar eens rustig te gaan zitten nu dat weer kan en mag. Wat zat ik daar lekker en wat heb ik genoten. Veel mensen kwamen voorbij en er is niks leukers dan daarnaar te kijken. Rijke mensen, arme mensen, dikke en dunne mensen, mooie en minder mooie mensen, en ondertussen nipte ik aan mijn drankje.

De verschillen tussen de mensen zijn groot. Daar hoef ik het rapport van de RVS niet voor te lezen. De RVS is een niet zo’n bekende club die (ongevraagde) adviezen geeft aan de regering, en staat voor ‘Raad voor Volksgezondheid en Samenleving’. Ook op internet zijn ze niet zo bekend want daar kom je onherroepelijk op Roestvrijstaal, dat blijkbaar veel bekender is.

In die Raad zitten hoogopgeleide Nederlanders die beweren dat laagopgeleide landgenoten zes jaar eerder dood gaan en 15 jaar in minder goede gezondheid leven. Dat zijn me nogal een verschillen. Het verkleinen van die verschillen vraagt niet alleen om oplossingen op verschillende terreinen, zo geven zij aan, maar ook om radicale oplossingen. Uitgangspunt is wel steeds hetzelfde: preventie moet veel belangrijker worden. En daarvoor is niet alleen gezondheidsbescherming nodig, zoals mondkapjes en 1,5 meters, maar vooral ook gezondheidsbevordering. Het is zeer de vraag of Rutte die ommezwaai wil maken.

Tja, daar zit ik dan als hoogopgeleide Nederlander. Ooit een studie gedaan die ‘voorkomen van ziekte’ hoog in het vaandel had staan en dat mij altijd meer heeft aangesproken dan, om het oneerbiedig te zeggen, hier en daar wat pilletjes uitdelen. En nu komen ze met dit advies. Ik wil niet zeggen dat ze er een beetje laat mee zijn, hoewel dat wel het geval is. Het is meer dat ik een beetje treurig word van al die verschillen.

Dus op naar Maastricht, waar de GGD Zuid Limburg helemaal achter dit voorstel staat en waar mijn studiejaren zijn begonnen. Op de fiets natuurlijk, om die depressie voor te blijven, maar vooral ook om de gezondheidsverschillen niet moedwillig te verkleinen. Laten ze óns maar inhalen. Daar zeggen ze, als op een school meer dan 10% van de kinderen overgewicht heeft, dan zou er een wettelijke verplichting moeten gelden om de school intensief te ondersteunen. Bijvoorbeeld door een verlengde schooldag met meer sport en spel en met een gezonde lunch. Uit de praktijk blijkt dat dit resulteert in minder overgewicht. Dus waar wachten we nog op?

Bovendien, je kunt daar ook heerlijk op een terrasje zitten en vlaai eten. En ondertussen alle verschillen bewonderen.

Uit: 1000 PINGUÏNS door WASCO

Dit is mijn 48e blog. Over een maand verschijnt de 49e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Roet in het eten

Misschien was het nog niet zo opgevallen, maar iedere 30e van de maand publiceer ik mijn blog. Inmiddels is dat een heilig moeten geworden, echter dit keer is het mij niet gelukt. Mijn vader gooide roet in het eten. Dat deed hij nooit, bescheiden als hij was. Hij eiste niet zo snel de aandacht op en als er werd gebeld, was het meestal mijn moeder en praatte hij op de achtergrond een beetje mee. Hij luisterde liever. Zelfs toen hij in het verpleeghuis zat en ik vanwege coronamaatregelen via een telefoon en een raam ertussen met hem communiceerde, waren zijn non-verbale uitdrukkingen veelzeggender dan wat hij zei.

Hij hoefde niet de eerste te zijn en was wars van competitie. Willen winnen was niet zijn sterkste eigenschap. En als dat wel van hem werd verwacht kwam vroeg of laat de mededeling: functie elders.

Wandelen en fietsen deed hij graag. Als hij had gekund had hij zeker een stukje meegelopen met zijn kleindochter langs het natuurpad van Groningen naar Brabant voor de Plastic Soup Foundation, onderweg afval prikkend. Hij zou trots zijn geweest op het resultaat van meer dan 120 kg afval. Rotzooi was hem een doorn in het oog. ‘Opruimen’ zei hij vroeger op een nogal commando achtige wijze, als mijn tas op een verkeerde plek in de woonkamer stond.

Wat ik van hem heb geleerd is om dingen niet belangrijker te maken dan ze zijn. Hij kon streng zijn, en tegelijkertijd bleef er altijd een glimlach om zijn mond hangen. Alsof hij wilde zeggen, ik wil dit wel, maar ach, ik begrijp ook goed als het niet gebeurt. Neem jezelf niet te serieus, dat was zijn boodschap. Afhankelijkheid was een schrikbeeld voor hem. Hij dopte het liefst zijn eigen boontjes en liet ons dat ook doen. En hij realiseerde zich tegelijkertijd dat totale onafhankelijkheid niet realistisch is en dat mensen ‘wederzijds afhankelijk’ zijn. Zo verwoordde hij dat en zo bracht hij dat in de praktijk. Ik mocht hem vorige week nog helpen met koffie drinken, samen hielden we het kopje vast.

Ondertussen pakken we de draad weer op. Zetten we de stoelen recht, gaan we opruimen, de bloemen herschikken, de krant lezen, maar de letters lijken niet goed door te dringen. Alsof zijn mist nog een beetje is blijven hangen. Gedachten dwalen af en in dromen komt hij voorbij.

‘Te leven is een gunst, te weten hoe een kunst’, vertrouwde jij eens toe aan het papier. Luister maar naar wat Big Daddy daarover te zeggen heeft in de live versie van Walk A Mile In My Shoes. Volgens mij zijn jullie het roerend eens. Dag pap.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 47e blog. Over een kleine maand, op de 30e, verschijnt de 48e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: