Betrouwbaar

Op 1 april ontving ik een brief van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) of ik een vragenlijst wilde invullen. Ik ben nooit zo dol op vragenlijsten, maar hier bleek ik niet omheen te kunnen want deze was verplicht. Ik legde de brief weg in de hoop dat ze mij zouden vergeten, maar nee, enkele weken later kwam er een herinneringsbrief met de vriendelijke veronderstelling dat de brief mogelijk aan mijn aandacht was ontsnapt en daar stond wederom in dat het verplicht was. Ik zocht het even op en ja, als ondernemer ben je volgens de CBS-wet inderdaad verplicht mee te werken. Schoorvoetend nam ik plaats achter mijn laptop, vulde gebruikersnaam en wachtwoord in die in de brief stonden en kreeg een foutmelding. Of ik het later nog eens wilde proberen. Dat deed ik natuurlijk want ik begon er langzamerhand zin in te krijgen en had er wat tijd voor ingeruimd. Helaas, weer een foutmelding. Na de derde keer gaf ik het op en wilde ik het CBS een mail sturen dat ik het echt had geprobeerd, maar etc. Dat leek mij bij nader inzien niet geloofwaardig want ja, dat kan iedereen wel zeggen zouden ze mij dan terugmailen. Leer mij de overheidsinstanties kennen. Dus de volgende dag probeerde ik het opnieuw en dit keer lukte het. Ik kwam in de vragenlijst en één van de eerste vragen was waarover mijn adviezen gingen, want ze hadden begrepen dat ik een Pr en advies bureau runde. Ging het over personeelsmanagement? Nee. Over financiën? Nee. Over sales en marketing? Nee. Omdat er geen vrije tekst was kon ik mijn ei nergens kwijt. En toch moest ik iets kiezen, want anders kon ik niet door met de rest van de vragen. Prima, dan gaan mijn adviezen toch over sales en marketing. Ook bij andere vragen waren er categorieën waar mijn ei niet in paste dus ik riep maar wat. Het begon echt lollig te worden tot er een vraag kwam over omzet en kosten die ik wél kon beantwoorden, maar inmiddels was ik zo op dreef dat ik ook hier zomaar wat riep. Ik zat behoorlijk in de flow en zag dat ik nog een paar vragen te gaan had. Het eind van het liedje was dat ik de vragenlijst kon opslaan en downloaden voor mijn eigen administratie, maar dat leek mij overbodig. Ik ondertekende digitaal en wenste het CBS veel succes met de analyse. Want dat is wat er gebeurt, het CBS verwerkt en analyseert de gegevens tot ‘algemene economische statistieken die openbaar toegankelijk zijn’. Dit gebeurt gelukkig onder strikte geheimhouding. De gegevens van mijn eenmansbedrijf zijn later dus niet te achterhalen. Kijk dat doen ze nou weer goed bij het CBS. Ben heel benieuwd wat ik er in de krant nog eens over teruglees.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 60e blog. Over een maand verschijnt de 61e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Afleiding

Al lezend verplaats ik mij van de ene stad naar de andere. De trein rijdt gestaag door en in de stiltecoupe hoor ik het geluid van een hoestende man. Een diepe, verontrustende hoest. Ook hoor ik iemand Engels praten en door de telefoon wordt er teruggepraat. Verstaan kan ik het niet, de afstand is te groot. Het leidt mij niet af van mijn bezigheden. Dit in tegenstelling tot de vrouw die schuin tegenover mij zit. Zij is van middelbare leeftijd en zit in een broekrok een boek te lezen. In een snelle beweging doet ze haar benen wijd en weer terug. Misschien was dat even nodig, maar ze herhaalt deze beweging na ongeveer een minuut. Eén keer heel wijd en weer terug. De broekrok zwabbert daarbij tegen haar benen en veroorzaakt een kleine windvlaag aan de grond. Ondertussen leest ze gewoon door. Na de derde keer ga ik er op zitten wachten en ja hoor, daar gaan ze weer. Ik spreek mezelf vermanend toe en concentreer mij op mijn boek. Iedere zin moet ik tweemaal lezen. Ik kijk de vrouw even aan, maar zij zit geconcentreerd te lezen. Waarom leidt mij dit zo af? Het antwoord interesseert mij eigenlijk niet zo veel, een verklaring is niet altijd goed voor het humeur. Ik kijk naar buiten en denk aan Jules Deelder die zei dat de natuur is wat je tegenkomt als je van de ene stad naar de andere reist. Langzamerhand begin ik te begrijpen wat hij daarmee bedoelt. De Engelse conversatie is nog steeds aan de gang en ook de diep hoestende man laat weer van zich horen. Als we na verloop van tijd de volgende stad naderen, stopt de vrouw het boek in haar tas en trekt haar jas aan. Alvorens ze door het gangpad schuifelt knikt ze mij vriendelijk toe en wenst mij nog een fijne dag. Ik mompel wat terug, kijk weer naar buiten en zie op het station een gedicht van JD verschijnen.

Aan de Maas

Aan de Maas gezeten
turend in het zwerk
het stadsgeraas geweken
ontstijgt men aan zichzelf

Op hoger plan gekomen
wiekend door de lucht
de zwaartekracht te boven
vindt men een ander terug

O vogel van verlangen
wiegend op de wind
verlos ons van elkander
en van elkaars gewicht

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 59e blog. En dat ben ik ook bijna. Over een maand verschijnt de 60e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Op het matje

Al het hout dat ik deze dagen snoei, bewaar ik zorgvuldig om te laten drogen. Daarmee kan ik op termijn de houtkachel aansteken. Dat betekent dat ik met een snoeischaar, een heggenschaar, een handzaag en handschoenen behoorlijk in de weer ben. Deze werkzaamheden brengen rust in mijn hoofd maar zijn tegelijkertijd behoorlijk vermoeiend. Het is soms rukken en trekken aan takken die liever willen blijven hangen en dan lopen de zweetdruppels over mijn rug en voorhoofd. Soms denk ik dat een veiligheidsbril nog helemaal niet zo’n slecht idee is. Of misschien zelfs een helm met oordoppen zodat ik mij stilzwijgend solidair verklaar met de protestbeweging in Oekraïne. Eenmaal geveld dan knip ik een grote tak in kleinere, totdat ze te dik zijn voor de snoeischaar en ik zwaarder gereedschap inzet. Uiteindelijk krijg ik ze allemaal klein en gooi ik ze op een hoop. Tussendoor neem ik een stevige kop koffie om weer vrolijk en verdrietig tegelijk de volgende tak aan mijn snoeiwoede te onderwerpen. Men zegt wel eens dat je het van hout drie keer warm krijgt, nou dit is dan de eerste keer. Ik durf het zelfs heet of witheet te noemen. Ondertussen zitten er toch enkele splinters in mijn vingers, maar dat heb ik graag over voor het goede doel: medelijden.

De gebeurtenissen van afgelopen week hebben mij extra gemotiveerd om deze klus te klaren. De gasprijzen gieren de pan uit. Russisch gas is niet meer vanzelfsprekend en zouden we ook niet meer moeten willen en Gronings gas was dat al langer niet, hoewel de discussie hierover nu toch weer wordt aangezwengeld. En zo breng ik een bizarre oorlog in Europa terug tot mijn eigen kleine particuliere overwegingen en problemen: hoe krijg ik die koleretakken klein? Wanneer giet ik die koffie naar binnen? Waar is die verdomde snoeischaar gebleven?

Maar we hebben wel een mat gekocht waar de verantwoordelijken voor deze oorlog op moeten verschijnen. Vroeg of laat gaat dat gebeuren en die gedachte werkt heilzaam. Naast de mat hangt een spiegel waar Lévi Weemoedt een liedje op heeft geschreven:

Spiegelbeeld vertel eens even

Heb ik echt zo’n droeve kop?

Moet ik daarmee verder leven?

Nee, ik hang mij liever op.

Voor de zekerheid laat ik een paar stevige takken hangen, dan kan men de daad bij het woord voegen. Ook die gedachte werkt heilzaam.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 58e blog. Over een maand verschijnt de 59e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Wat Blake

Afgelopen drie jaar heb ik in etappes Nederland rondgefietst. Ik vertrok in Arnhem en fietste linksom langs de binnenrand van Nederland. Na 30 etappes was ik rond dus zo’n 10 etappes per jaar. Met ongeveer honderd kilometer per etappe kom ik op 3.000 km. Tot zover de cijfers.

Op de fiets voel ik mij verbonden met de omgeving. Of zoals een Haagse vriend altijd zegt ‘één met de natuur’. Ik hoor vogels fluiten, voel de wind langs mijn huid aaien en zie wolkenluchten die zo uit een van Ruysdael kunnen zijn geplukt. Fietsen inspireert. Waar Nietzsche zeven uur per dag wandelde om ideeën op te doen, zit ik die uren op de fiets. De eentonigheid van het fietsen kan het leven verrijken. De cadans van het trappen heeft een helende werking. Ook bij regen en wind of misschien wel juist. De belangrijkste vragen zijn hoe te fietsen, wat te eten en waar te slapen. Het ware geluk zit in de eenvoud en het antwoord op deze vragen.

Het fietsen is tevens een zoektocht naar vrijheid. Door te fietsen kan ik de vaste lasten afschudden. Ik ben geworden wat ik aanvankelijk nooit had willen zijn: een getrouwde man met baan, hypotheek en kinderen. Nu het, gelukkig, toch zover is gekomen, is fietsen een tegenwicht en het fietspad mijn man cave: Ik fiets dus ik ben vrij.

Waarschijnlijk heb ik het fietsen van mijn vader geleerd. Hoewel hij een hekel had aan sport, fietste hij graag. Zelfs in het verpleeghuis gingen we nog geregeld met de duo-fiets op pad. Hij genoot zichtbaar van de kalme bewegingen en kon zich helemaal overgeven aan de cadans. We zeiden dan nooit veel en lieten de omgeving spreken.

Straks verschijnt er een boek. Er is een uitgever gevonden die er wel brood in ziet. Vanzelfsprekend duurt het nog even want eerst moeten alle puntjes op de i worden gezet. Dertig etappes dus 30 verhalen die ik later, als ik zelf in een verpleeghuis zit, nog eens kan nalezen. Rijkelijk geïllustreerd door zoonlief die de tocht vanuit zijn werkkamer dunnetjes overdoet. Fietsen verbindt. Net als het gedicht van de Engelse William Blake waar ik fietsend lang op zou kunnen kauwen.

De wereld zien in een korrel zand/ en de hemel in een wilde bloem/ bergt oneindigheid in de palm van je hand/ en eeuwigheid in een uur

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 57e blog. Over een maand verschijnt de 58e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Geluk in 2022

Het verhaal gaat dat Hillary en Bill Clinton samen bij een tankstation in haar voormalige woonplaats een ex-vriend van Hillary ontmoetten. ‘Fijn hé’ zegt Bill, als ze weer samen in de auto zitten, ‘dat je met mij getrouwd bent, anders was je hier pompbediende geweest’.

Toen ik afgelopen week naar een interview keek tussen Yuval Noah Harari en Janine Abbring, was ik onder de indruk van de manier waarop onze wintergast zijn leven leeft. Hij stond op het punt om voor twee maanden naar een stilte-meditatie te vertrekken en doet hij dat niet, dan mediteert hij zo’n twee uur per dag. Waar haalt hij de tijd vandaan? Nou heeft hij geen smart telefoon, dus dat scheelt. Maar dan nog, het lukt hem toch maar om boeken te schrijven, les te geven, zich te laten interviewen en ook nog diverse series op de televisie te bekijken. En los van de tijd, het lukt hem ook om een aantal interessante antwoorden te geven op vragen van de mensheid, zoals hoe wij de heersers van de wereld konden worden. Of hoe het misging tijdens de ‘agrarische revolutie’, waarbij wij overgingen van een leven als jager-verzamelaar naar een veel ongezonder sedentair bestaan met een vaste woonplaats. Mensen trokken na deze revolutie niet meer als nomaden rond, maar gingen landbouw bedrijven en vestigden zich in dorpen en steden. Deze agrarische revolutie ligt alweer zo’n 13.000 jaar achter ons, dus het gaat hier om grote stappen. Er ontstond toen, zo meldt Harari, ongelijkheid tussen een kleine groep landeigenaren aan de ene kant en een aanzienlijke groep landarbeiders aan de andere kant. Bovendien, zo zegt hij, zijn we in de luxe-valkuil gelopen: luxe ontwikkelt zich tot noodzaak wat weer nieuwe verplichtingen schept. Tja, daar zit je dan in je comfortabele televisiestoel, omgeven door een knapperend haardvuurtje met een kopje thee binnen handbereik.

Meditatie ziet hij als een belangrijk wapen tegen de grote uitdagingen die op ons afkomen omdat het een manier is om ‘de waarheid over jezelf’ te leren kennen. Dat is een mooie uitdaging om een nieuw jaar in te gaan. Ik ga een poging doen door mijn vaste woonplaats in de Gelderse hoofdstad in te ruilen voor een dorpje in Friesland om daar als jager-verzamelaar achter de koeien aan te gaan. Ook houd ik tijd over die ik kan investeren in uitkijken over het platteland en mijmeren over hoe het leven had kunnen lopen.

‘Ja fijn hoor’, zou Hillary tegen Bill hebben opgemerkt, ‘maar als ik met hém getrouwd was, was híj president van de Verenigde Staten geworden’.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 56e blog. Over een maand verschijnt de 57e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe volle?

In het boek De Friezen van Flip van Doorn staat een passage dat gaat over hoe Friesland is ontstaan. De schrijver is bij de bron van de Rijn in Zwitserland. De bergen daar zijn in de loop van miljoenen jaren uitgesleten en de rivier heeft het zand en de steentjes meegenomen op haar tocht via de Rijn in Duitsland en de IJssel in Nederland richting IJsselmeer, om het daar los te laten. Eigenlijk bestaat Friesland uit stukken berg die uit Zwitserland zijn komen aanvaren en dat beeld trof mij. Nu begin ik te snappen dat die Friezen zo trots zijn op hun land, hoewel, hún land, het is eigenlijk allemaal import. Ik heb enkele jaren geleden ook die berg in Zwitserland fietsend beklommen en de bron van Friesland mogen aanschouwen. Het is inderdaad mooi daar.

En dan de Friezen zelf. Vanzelfsprekend is het een volk dat doortastend is en veel waarde hecht aan vrijheid en zelfstandigheid. Hun heitelân heeft binnen Nederland altijd een status aparte behouden en dat gun ik ze van harte. Maar, zo zegt van Doorn, de voornaamste reden dat de Romeinen de Rijn als grens van hun rijk aanhielden, was dat ten noorden ervan nauwelijks iets te halen viel. ‘Het onderwerpen van een volk dat half op het land half op het water leefde en zo weinig bezittingen had dat het de grond op moest stoken, zou meer kosten dan het ooit aan belastinginkomsten kon opleveren’. Tja.

Vandaag gaan we mijn vader uitstrooien, in Friesland. Na een mooi leven en een gelukkig huwelijk staat zijn urn alweer enkele maanden op de schoorsteenmantel. Samen met mijn moeder en broers gaan we daar een mooi moment van maken. Tenslotte zijn ze in Friesland getrouwd en heeft mijn moeder er in haar jonge jaren gewoond. Tot stof zult gij wederkeren, staat er in de bijbel. Wederkeren tot de aarde en in dit geval de Friese aarde. Kansas maakte er in 1977 een prachtig nummer over, Dust In The Wind. Hopelijk voelt hij zich daar thuis. Ik vermoed van wel, als ze maar niet al te Fries tegen hem gaan praten, want dat verstond hij meestal niet zo goed. ‘Hoe volle?’ vroegen ze hem een keer toen hij koffie bestelde in een Fries café. Nou doe maar lekker vol, zei hij, maar ze wilden weten hoevéél kopjes koffie hij wilde. Lachen met die Friezen, ik verheug me erop. Het ga je goed daar! En na afloop drinken wij volle koffie. Op jou.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 55e blog. Over een maand verschijnt de 56e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Stabiele ongelijkheid

‘Inkomensongelijkheid al jaren stabiel’, las ik onlangs in de krant. En het stelde mij gerust, vooral door dat woordje ‘stabiel’. Dan zit het wel goed, zo dacht ik. Iets wat stabiel is, is in ieder geval niet labiel. Dat zou meer reden zijn tot zorg. Echter, toen ik het nogmaals tot mij door liet dringen, vroeg ik mij af of dit nu goed of slecht nieuws was. Het bleek geen goed nieuws te zijn. Zo las ik over de Lorenz-Curve en de Gini-coëfficiënt, allemaal manieren om de ongelijkheid te meten en te vergelijken. Interessante materie en ik waande mij weer op de middelbare school, waar dit waarschijnlijk ook is behandeld. Economie heb ik altijd een mooi vak gevonden, vooral door de manier waarop de leraar de lessen indeelde. Eerst bleef hij een kwartier buiten roken, daarna kwam hij binnen en ging wat babbelen met enkele leerlingen over de economische impact van mooi weer en lange dagen. Tot slot ging hij er vol in om zijn lesstof er binnen een half uur doorheen te jassen. Onvergetelijk en heel stabiel.

Enfin, qua ongelijkheid deden we het in Nederland nog niet zo slecht, zo stond er, omdat de ongelijkheid in bijvoorbeeld Spanje en het Verenigd Koninkrijk veel groter is. Binnen Nederland zie je ook grote verschillen. In gemeenten zoals Blaricum en Wassenaar is de ongelijkheid groter en ook in studentesteden is dat meestal het geval. Op sommige dagen maak ik mij daar zorgen over en op andere dagen kwaad. Als ik zie wat een doktersassistent verdient in een huisartsenpraktijk dan vind ik dat bedroevend weinig. Ze hebben de meest lastige positie. Ze moeten veel telefoontjes opvangen van ongeruste patiënten. Ze krijgen van alles naar hun hoofd geslingerd omdat de patiënt soms meteen de dokter wil spreken. En de werkdruk is enorm omdat er een tekort is aan assistenten. Eenmaal bij de huisarts zijn de patiënten meestal poeslief en is het ja dokter nee dokter. Dit is nu nog actueler dan ooit omdat, zo vertellen ze mij, het geduld van de patiënten op is en men eerder aan de taks zit. De agressie trainingen zijn niet aan te slepen. Daar hebben ze dan ook weer een protocol voor, dat is het goede nieuws. Kortom, er is wat aan de hand. Ook elders zijn er tekenen dat er wat aan de hand is. De stabiele ongelijkheid is te hoog. En de assistenten verdienen meer.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 54e blog. Over een maand verschijnt de 55e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Principes

Toen wij afgelopen weken een fietstocht maakten langs de Po in Italië, kwam het regelmatig voor dat we overdag een kamer boekten voor diezelfde avond. Dat kan technisch heel makkelijk, zo dacht ik, bovendien was het geen hoogseizoen dus kamers zat. Ik stond (en sta) op het standpunt dat ik dat ‘in principe’ niet doe met de organisatie die onterecht veel coronagelden heeft opgestreken. Dus zat ik tijdens de cappuccino te prutsen op mijn telefoon om die organisatie te omzeilen. En telkens kwam ik toch weer bij die ene aanbieder uit die ik niet bij naam zal noemen. Ik ging overstag en ook de volgende keer ging ik wederom in zee met deze club, want, en dat moet ik ze nageven, ze hebben een mooi systeem opgetuigd dat goed werkt en waarmee je heel makkelijk een kamer kunt boeken. En toch zat het mij niet helemaal lekker. Hoewel ik van mijzelf weet dat vasthouden aan principes niet mijn allersterkste kant is, vond ik mijzelf nu wel heel makkelijk afglijden.

Na een poosje probeerde ik het al niet meer en ging ik direct met deze organisatie in zee. Want het leed is geleden, het wende en ze leken ook heel blij met mij te zijn want ze spraken mij aan met mijn voornaam: Hallo Jan zus, hallo Jan zo.

Tot ik aan het einde van de reis, al Pootje badend, een sublieme ingeving kreeg. We boekten een kamer bij een particuliere ‘host’ via deze organisatie, waar we twee nachten wilden blijven. We reserveerden één nacht en eenmaal aangekomen vroegen we of er ook voor een tweede nacht plaats was en dat was er. Wij betaalden hetzelfde bedrag zodat onze host er meer aan over hield. Dat bleek ook nog een student te zijn die het geld voor de verhuur van zijn appartement goed kon gebruiken. En zo hebben we, in ieder geval voor ons gevoel, toch nog iets goeds gedaan, ook al heeft een hoog Do-ist-der-Bahnhof-gehalte. Wat hebben we genoten en wat smaakten die cappuccinootjes ineens lekker. Hadden we veel eerder moeten doen.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 53e blog. Over een maand verschijnt de 54e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Super

Met mijn fietshelm nog op loop ik door een Duitse supermarkt. Oh ja, het mondkapje. Ik pak wat eten links en rechts uit de schappen en loop met volle handen naar de kassa. De caissière stuurt mij met de bananen naar de weegschaal, want ik had niks afgewogen. Ondertussen staan de mensen in de rij op mij te wachten. Ik kom terug met het stickertje. Ik reken af en wil zo snel mogelijk de winkel verlaten. Maar het lukt niet alle boodschappen even gauw mee te nemen. Telkens valt die worst uit mijn handen en de caissière wacht geduldig tot het uiteindelijk lukt. Ik mompel nog door mijn mondkapje heen, in het Duits, dat de worst niet meewil, maar geloof niet dat dit als een goede grap werd ervaren. Ik vond ‘m zelf niet eens grappig. Opgelaten verlaat ik de winkel. Auf wiedersehen!

Doet mij denken aan een initiatief van een Haagse huisarts die op de bakfiets naar mensen thuis gaat. Een huisarts zonder personeel (HZP-er) die zelf de telefoon opneemt en daarmee een persoonlijke band opbouwt met zijn patiënten. Dit is één van de voorbeelden die valt onder het initiatief van de Juiste Zorg op de Juiste Plek (JZOJP). Veel consulten vinden telefonisch of digitaal plaats (70%) en anders springt de huisarts op zijn fiets en gaat naar de patiënt toe. Of de patiënt komt, indien gewenst, naar de praktijk. Het is allemaal mogelijk. Het is persoonlijk. Het is kleinschalig. Hoeveel patiënten deze huisarts kan bedienen is mij niet geheel duidelijk, maar het initiatief is bewonderenswaardig. Qua concept is daar zeker van te leren. Ook in Duitse supermarkten.

Het gevoel dat de supermarkt niet op mij zit te wachten, dat ik eigenlijk enorm in de weg sta, dat ik mij niet aan de supermarktregels heb gehouden van karretjes en mandjes en zelf afwegen van fruit, want zo doen wij dat hier. Dat gevoel is fnuikend. Het gevoel er niet bij te horen. Ja, dan krijg je dit, lijken ze mij allemaal te willen zeggen.

Soms zou een beetje hulp best fijn zijn. Zal ik de banen even wegen? Wilt u een zakje? Lukt het allemaal een beetje? Nu voel ik mij toch de Grote Onhandige Man die misschien best leuk kan fietsen met z’n gekke fietsbroekje en z’n helm op z’n hoofd, maar zich niet onder de mensen moet begeven. Waarom komt die supermarkt niet naar mij toe? De Juiste Etenswaren op de Juiste Plek (JEOJP). Ik blijf buiten en de medewerker van de supermarkt haalt mijn boodschappen, desnoods per fiets, rekent af en wenst mij nog een fijne dag. Zou super zijn.

Uit: 1000 PINGUÏNS Door: WASCO

Dit is mijn 52e blog. Over een maand verschijnt de 53e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

De romantiek van de industrie

Vorige week fietste ik van Groningen naar Buitenpost in Friesland. Net voorbij Groningen kwam ik door Hoogkerk wat een bijzondere uitstraling heeft als je ervan houdt. Schoorstenen, grote silo’s en hoge hekwerken duidden op industrie en bedrijvigheid. Daar voorbij werd het landschap weer romantisch en fietste ik langs het Hoendiep door dorpjes als De Poffert en Gaarkeuken. Misschien zijn het niet eens dorpjes, maar gehuchten, hoewel het verschil mij niet helemaal duidelijk is.

En zo wisselen industrie en romantiek elkaar af. Ook in de geschiedenis was de Romantiek een reactie op de idealen van de Verlichting en op de Industrialisatie uit de achttiende eeuw. Dat zie ik hier met mijn eigen ogen gebeuren. Door wetenschappelijke verbeteringen en uitvindingen in onder andere de landbouw, kwam de industrialisatie op gang. Ook de komst van de stoomtreinen en stoomschepen droegen daaraan bij.

Romantici keerden zich tégen dit vooruitgangsgeloof. Zij wilden terug naar het oorspronkelijke, de ongerepte natuur. De oude natuur stond boven de nieuwe cultuur, want natuur bood rust en heling. Al fietsend kan ik mij wel iets voorstellen bij wat de romantici gedacht moeten hebben en als ik de krant lees zie ik ook nu geregeld iets terug van hun gedachtengoed. Ook bij mezelf bespeur ik soms een terug-naar-de-natuur-gevoel.

Aan de universiteit van Groningen is er zelfs een hoogleraar ‘Beleving en waardering natuur en landschap’. Zij is gepromoveerd op een onderzoek naar individuele verschillen in de waardering van ruige en verzorgde natuur. Nou lijkt de industrie van Hoogkerk mij niet direct vallen onder de definitie van ruige natuur, maar zo beleef ik het wel. Van mijn dochter die daar studeert begrijp ik dat het een ‘heel interessant onderzoeksgebied’ is. Dat vind ik ook, zolang ik er alleen maar doorheen hoef te fietsen.

Het uitzicht is indrukwekkend. Hier wordt karton gemaakt en suiker en de rookpluimen vormen samen met de wolken een mooi schouwspel. Het is wel de vraag of ik hier gefietst zou hebben als de romantici het voor het zeggen hadden gehad. Wandelen lijkt mij dan waarschijnlijker. Maar ook dat kan heel romantisch zijn.

Uit: 1000 PINGUÏNS door WASCO

Dit is mijn 51e blog. Over een maand verschijnt de 52e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: