Lang zullen ze leven

Ademloos las ik deze week een krantenartikel van Joris van Casteren waarin een man wordt opgevoerd die is overleden en waarbij niemand op de begrafenis kwam. Dit bleek een vitale man te zijn geweest van ruim over de 80 die in hartje Amsterdam woonde, hield van wandelen en met niemand sprak. ‘Eenzaam en mensenschuw’ werd hij genoemd. Het mooie aan dat artikel is dat de schrijver ook een beeld geeft van het leven van deze man, gereconstrueerd met wat er nog aan spullen is en wat buren over hem vertellen. Ik probeer erachter te komen wat mij hieraan zo fascineert.

Deze man liep dus regelmatig naar IJburg en weer terug, dat is een wandeling van zeker 15 km, deed op de terugweg boodschappen en kookte in zijn krappe kamertje een maaltijd voor zichzelf, meestal iets met vis en groenten, zo las ik, keek televisie, kruiste van tevoren in zijn tv gids aan wat hij wilde zien en ging om 21.00 u naar bed.

Zielig is een woord dat zou kunnen opkomen, maar de vraag is of deze man zo zielig was. Ik neig eerder naar moedig te grijpen omdat hij misschien wel deed wat hij het liefste deed en zich van niemand iets aantrok. We zullen het nooit weten. Misschien is dat wel wat mij zo boeit: iemand die zich van niemand iets lijkt aan te trekken. Zoals een politicus wel eens gezegd heeft: ‘als iedereen goed voor zichzelf zorgt wordt er niemand vergeten’. Die gebruik ik ook graag als ik geen zin heb om mij met anderen te bemoeien.
Ook kreeg ik deze week een échte visie van een partij in mijn mailbox, met o.a. de mooie slogan ‘We laten iedereen vrij – maar niemand vallen.’ Dat ging over de wijze waarop we Nederland willen inrichten na de crisis. Met vanzelfsprekend aandacht voor gelijke kansen, onderwijs, gezondheid, maar vooral ook: kunst en cultuur.
‘…Confronteert met de mooie en minder mooie kanten…, zo stond er te lezen. En: ‘…als spiegel en ontspanning… als fundament van onze beschaving.’ Dit soort berichten, die van ogenschijnlijk niets iets maken, horen daar zeker bij. Maar ook de man die in staat is het leven tot kunst te verheffen hoort erbij. Die laten we niet vallen. En zijn we uiteindelijk niet allemaal een beetje kunstenaar?

Dit soort krantenrubrieken zijn doordesemd van eenzaamheid, schoonheid en aandacht of, zoals Plato het zei: het Goede, het Ware en het Schone. De schrijver las een gedicht voor op de begrafenis, met daarin o.a. de volgende zinnen:
Hoeveel dagen moet je verzamelen voordat je leeg kan zijn,
het gewicht van morgen niet meer hoeft te dragen
en jezelf langzaam mag vergeten

Helaas gingen zijn woorden verloren in het geluid van een passerende trein.
Lang zullen ze leven – die kunstenaars.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 37e blog. Over een maand verschijnt de 38e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe kom ik in België?

Enkele weken geleden fietste ik in Zeeuws Vlaanderen, langs de grens met België. Je hoeft daar de grens niet persé over te steken om je in België te wanen, maar toch. De huizen, de mensen, de taal, het heeft iets buitenlands. Dat is ook wat mij daar zo aantrekt, want toen wij zo’n 45 jaar geleden de grens met België overstaken om weer in Nederland te gaan wonen, reden we voor de laatste keer door Zelzate, Sas van Gent en Terneuzen. Nu fietste ik daar en alle grensovergangen naar België waren vakkundig dichtgespijkerd. Ik wilde zo graag even m’n neus laten zien, een pintje drinken of een frietkot frequenteren. De Belgen lieten er echter geen misverstand over bestaan, ik was niet welkom. Zelfs niet met een mondkapje op of in plastic gehuld. Op het randje van Nederland blijven is, zonder die barricades, nog niet eens zo makkelijk. Waarom doen de Belgen dat? Is er enig bewijs voor de rechtvaardiging van deze stringente maatregelen? Ik vermoed dat het een instinctieve reactie is. Sinds ik het boek ‘Feitenkennis’ ter hand heb genomen van de Zweedse hoogleraar Internationale Gezondheid Hans Rosling, ben ik er nog meer van overtuigd geraakt dat veel van onze handelingen op instincten zijn gebaseerd. Of op verouderde kennis. Of, zoals Rosling het zelf noemt: ingeprente misvattingen. Op een aantal multiple choice vragen over levensverwachting, extreme armoede en inentingen, blijken wij minder goed te scoren dan chimpansees. Die halen tenminste nog 33% goede antwoorden. Nu wil ik niet gaan speculeren over de ingeprente misvattingen van de Belgen want dat doet de verhoudingen geen goed. En wellicht kom ik er dan helemaal nooit meer in. Overigens hebben wij in Nederland ook maatregelen genomen die niet altijd op harde bewijzen zijn gebaseerd, zoals bijvoorbeeld het sluiten van de scholen. Een respectabele beroepsgroep heeft daar stevige invloed op gehad en nu zit mijn buurvrouw met de gebakken peren. Dus laten we niet over de Belgen gaan zeuren. Ik wil er naartoe!

Naast bier en frites hebben ze daar ook lekkere speculaas en chocola, weet ik nog van vroeger. En dan die mooie kasseien waar je overheen mag rijden. Nu al deze wegen zijn afgesloten wordt de aandrang alleen maar groter. Maar ja, hoe kom ik er? Don Bryant (klik hier) heeft diezelfde vraag gesteld maar er helaas nog geen antwoord op gekregen. Voorlopig moet ik het doen met mijn herinneringen.


Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 36e blog. Over een maand verschijnt de 37e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Beren op de weg

Toen ik de laatste keer bij mijn vader in het verpleeghuis op bezoek ging, nu enkele weken geleden,  vond ik het merkwaardig dat mij bij de ingang niks gevraagd werd. Bent u verkouden? Heeft u koorts? Ik kon gewoon naar binnen lopen en het enige wat ze vroegen was of ik koffie wilde. Dus speelde ik het spelletje mee en keken we samen foto’s, aten chocola en keuvelden wat. Daarna is het snel gegaan en kwamen er iedere dag restricties bij: koffie alleen op de eigen kamer, niet meer dan twee personen tegelijk tot helemaal geen bezoek meer. Ineens bleken er veel beren op de weg.

Bij ieder kuchje of kriebel in de neus denk ik nu onwillekeurig: daar zul je het hebben. Als een racefietser mij inhaalt en voor mij, met tegenwind, zijn neus gaat ledigen, zoals racefietsers dat vaak doen, dan denk ik dat ook. Toen ik zelf een vrouw wilde inhalen bleek zij dwars op haar bagagedrager een stok te hebben bevestigd die zo’n 1,5 meter naar links uitstak en waar ik dus omheen moest. Ik heb dat als waarschuwing opgevat: pas op, ik heb er last van. Zie ik beren? Voor de zekerheid heb ik toch maar even gegorgeld met bleekwater.

Het lijkt een eeuwigheid geleden, toen we nog uit eten konden, elkaar mochten omhelzen of samen de supermarkt in. En overal heen konden met de trein, de bus of het vliegtuig. ‘Vrijheid in gevangenschap’ noemde Kees van Kooten deze periode in een recent podcast interview. Minder verplichtingen, een veel legere agenda en toch niet kunnen doen wat je het liefst zou doen: ‘Ik wil maar kan niet naar je toe’.

Wel leer ik nieuwe dingen, zoals lesgeven-op-afstand, you-tube filmpjes maken en mijzelf de vraag stellen wat het verschil is tussen een reiger en een ooievaar. En leren zelf een pizza te fabriceren.

Maar zou dat ook voor hem gelden? Wie het weet mag het zeggen.

Daarom voor alle mensen in de verpleeghuizen, maar speciaal voor hem de volgende boodschap: Ik hoop dat jij je net zo voelt als Thijs Boontjes in zijn Coronalied. Dan komt het allemaal wel goed. Maar eerst moeten die beren weg! Klik hier. Je kunt het.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 35e blog. Over een maand verschijnt de 36e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Laat maar zitten

Onlangs stuitte ik op een artikeltje in Medisch Contact, een weekblad voor dokters, waarbij werd gesteld dat een goede behandeling niet alleen bepaald wordt door de behandeling zelf, maar vooral door wat de dokter vertelt, hoe zij dat doet en het vertrouwen dat de patiënt heeft in de behandeling. Op zich zijn dat geen nieuwe inzichten, wel nieuw is dat verschillende wetenschappers zich er weer mee bezig houden, waardoor het opnieuw aandacht krijgt. Het gaat er bijvoorbeeld niet om dat je als dokter méér vertelt, want we weten allemaal: meer is niet altijd beter. Zo kan een goedbedoeld advies om iemand te waarschuwen voor bepaalde bijwerkingen juist resulteren in het versterken van diezelfde bijwerkingen.

Het gaat er vooral om dat je het zó vertelt dat het bijdraagt aan de effectiviteit van de behandeling. Dat blijkt nog knap lastig. Toen er bij Herman Finkers bloedkanker werd vastgesteld en hij vroeg naar de oorzaak, zei zijn dokter dat het kwam door een combinatie van factoren. Dat stelde hem niet gerust. Hij kon zich niet voorstellen dat het alleen maar een combinatie van factoren was, er moest meer achter zitten.

Zo blijkt ook hieruit dat wat dokters het liefst vertellen niet persé hetgene is waar de patiënt het meest aan heeft. Een actueel voorbeeld is de volgende zin die weinig indruk maakt op patiënten: ‘Antibioticaresistentie kost naar schatting 700 duizend levens wereldwijd’. Nog even los van het ingewikkelde woord ‘antibioticaresistentie’, een soort dubbele ontkenning, wordt de vraag wat dit voor een individuele patiënt betekent, niet beantwoord. Daarnaast blijkt dat artsen vooral gewend zijn om te zenden, terwijl het luisteren soms veel effectiever blijkt te zijn. Tja.

Dus meer luisteren, precies voldoende vertellen en zo acteren dat een patiënt vertrouwen krijgt in de behandeling. Dat is kennis vergaren uit de gezondheidspsychologie en de wetenschapscommunicatie, om maar eens wat te noemen. Nu maar hopen dat de gemiddelde dokter daar interesse voor kan opbrengen. En zich niet verschuilt achter de uitspraak van onze nationale voetbalheld: ‘Als ik zou willen dat je het begreep, had ik het wel beter uitgelegd’.

Overigens zijn wij in huize Fossen geen haar beter. Toen wij onze ingeburgerde Turkse werkster in een appje vroegen om de ‘ramen vd woonkamer mee te nemen’, vroeg zij mij later wat ‘vd’ betekende. Zo zie je maar weer. Achteraf waren we allang blij dat ze de ramen had laten zitten.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 34e blog. Over een maand verschijnt de 35e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe teken je compassie?

Gisteren volgde ik een cursus Visueel communiceren, in het kader van docentprofessionalisering. Dat werd mij aangeboden door de club waar ik geregeld trainingen geef. Dat zijn leuke cadeautjes en vandaar dat ik rond 9 u een zaal binnenstapte met een twintigtal docenten, maar in het dagelijks leven ook nog adviseur, chirurg, huisarts of beleidsmedewerker.

Ik ging erheen met de gedachte ‘ik kan niet tekenen dus het zal mij benieuwen’. De trainster stelde mij gerust met de mededeling dat 70% van haar cursisten dat dachten. Dat begon dus al goed. Vervolgens mochten we allerlei “basismateriaal” tekenen, zoals poppetjes, pijltjes, koffie kopjes en banners. Dat lukte. Dat lukte zelfs zo goed dat ik nog met allerlei variaties op de poppetjes bezig bleef, terwijl de cursusleidster al met de pijltjes in de weer was. Als ik enthousiast word sluit ik mij overal voor af.

Vervolgens werd het moeilijker en leerden we een methode om ingewikkelde woorden uit te beelden, zoals kwaliteit, omgeving of nepnieuws. De kunst was om vooral veel weg te denken, anders kom je om in de beelden en is je boodschap niet meer helder. Bij het woord compassie werd ik wat opstandig en zei ik in mijn groep dat je een kompas kunt tekenen met een i erachter. Nee, dat was een rebus en het werd niet goed gekeurd. Gelukkig werd er wel om gelachen.

Na de pauze mochten we onze kunsten op de flip uittesten, waar weer een hele nieuwe techniek bij kwam kijken: niet meer vanuit de hand maar veel meer uit de elleboog of zelfs uit de schouder. Karel Appel zou gesmuld hebben als hij ons bezig had gezien. Nadeel was wel dat er af en toe strepen naast de flip terechtkwamen, op de muur, en dat was niet de bedoeling. Als klap op de vuurpijl hielden we een korte presentatie in subgroepjes met als opdracht om al tekenend je verhaal te vertellen. Opvallend bleek dat je al tekenend heel goed de aandacht van je publiek kunt vasthouden, ook al kijk je ze niet altijd aan. Voor het publiek is het spannend om te zien wat er van de tekening terecht komt en alleen daarom al blijf je geboeid luisteren. Een eye opener! Dat kan ik wel vaker toepassen als aanvulling op alle power points die er bij mij meestal doorheen gaan. Aan de andere kant is het soms ook spannend als de boodschap niet zo duidelijk is. Dat je het zelf een beetje mag inkleuren. Tussen de regels door kijken of luisteren is ook een hele kunst! Bijvoorbeeld in de song van Nils Lofgren Keith Don’t Go (klik hier). Als dat geen compassie is…

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 33e blog. Over een maand verschijnt de 34e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Boeken bingen

Ik had er nog nooit van gehoord, maar het bestaat: boeken bingen. Heel lang achter elkaar veel boeken lezen. Ik ken het fenomeen wel van series kijken, het lijkt mij superromantisch.  

Ik herinner mij een jongen van de middelbare school die boeken bingde. Toen heette dat nog niet zo, maar hij las soms de hele nacht door, gewoon omdat hij niet kon stoppen. Dat vertelde hij dan de volgende dag tegen zijn klasgenoten. Ik keek daar enorm tegenop omdat ik na een uurtje echt wel moe was of al lang was afgeleid. Deze jongen is geschiedenis gaan studeren, ik weet niet of daar een verband tussen zit. Voor zover mij bekend is hij toch nog goed terecht gekomen.

Er zijn ook YouTube kanalen waarop boeken worden besproken. Ik ben daarin gaan grasduinen en kwam een meisje tegen of jonge vrouw moet ik zeggen, die met haar vader in de Great Smoky Mountains bij Tennessee een huisje had gehuurd om daar de hele week boeken te lezen. De video begon met welke boeken ze zouden gaan lezen, vervolgens het lezen zelf waarbij de man met boek op de bank hangt en de vrouw vertelt dat hij lekker op de bank hangt. Na het lezen vertellen ze wat ze ervan gevonden hadden. Ik stuitte zelfs op een video van dezelfde vrouw waarin geen interactie is met de kijker omdat ze leest. Blijkbaar is daar een doelgroep voor want ze heeft meer dan 200k volgers.

Dit is de tijd van boeken. Beetje mijmeren, beetje radio, beetje boeken. Heb zelf net Grand Hotel Europa gelezen en was minder onder de indruk dan ik had gehoopt. Krijg wel enorm veel zin om in korte broek door Venetië te wandelen en even stevig de leiding te nemen in gezinsverband, wat ik anders nooit doe omdat ik altijd aan ’t werk ben. De podcast van het interview met Oek de Jong over zijn nieuwste boek Zwarte schuur nodigt uit tot nog meer lezen.

Kortom, tijd voor een avontuurtje: op naar het Zwarte Woud. Met een tas vol boeken in de trein, die hopelijk vertraging heeft. Daar koffie zetten en lezen maar. Wie schreef ook alweer dat beroemde zinnetje: ‘Buiten de wind binnen de boeken’?

Tussen het bingen door af en toe een wandelingetje maken en op nieuwjaarsdag wakker worden met heel veel nieuwe inzichten en ideeën voor 2020. Wat wil je nog meer?

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 32e blog. Over een maand verschijnt de 33e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

合気道

Onlangs ben ik begonnen met een introductiecursus aikido. Dat klinkt als een vechtsport, maar blijkt het absoluut niet te zijn. Het is meer een verdedigingssport, waarbij de aikidoka (ik in dit geval) een aanval niet stopt door het tegen te houden, maar de ingezette aanval ombuigt en tegen de aanvaller keert. Alles staat of valt bij een goed evenwicht, heb ik geleerd. Het is een manier om ‘in harmonie te komen met de wereld rond jezelf’. Dat blijkt soms hard nodig.

De les begint altijd met een stiltemoment. Bedoeld om de dag achter je te laten en fris de mat op te gaan. Daar gaat het bij mij vaak mis. Je zit in een kring op de vloer, op je knieën. Ogen dicht.  Je moet letten op je ademhaling, maar hoe doe je dat? Ik adem maar wat. En denk dan altijd aan wat ik nog moet doen: boodschappen, de heg knippen. Of wat ik heb gedaan. Ben altijd weer opgelucht als dat moment voorbij is en we echt aan de gang gaan. En toch zal het wel ergens goed voor zijn, geloof ik. Na deze start maken we nog gezamenlijk een buiging naar de grote Japanse meester van wie ik de naam ben vergeten. Op deze manier hangt er iets magisch omheen. Dat past mooi in de komende  maand van sprookjes en contemplatie.

‘Geloof mij maar niet’, zegt Godfried Bomans in zijn groot sprookjesboek uit het jaar MCMLXXV. Daarin legt hij uit hoe moeilijk het is om sprookjes te schrijven. Omdat je in de schemering zit tussen slapen en waken ben je een soort slaapwandelaar op weg naar het betoverende slot. Het is de stem van het onbewuste waarnaar de schrijver zich te richten heeft.

Zo gaat dat ook met aikido. Enerzijds moet je wakker genoeg zijn om de instructies goed uit te voeren, anderzijds moet je er niet te nadrukkelijk over nadenken omdat je jezelf anders uit die somnambulistische toestand haalt. In feite ben je samen een sprookje aan het schrijven. De ene valt aan, de aanval wordt overgenomen en omgebogen, waardoor de aanvaller sierlijk op de grond terecht komt en er ook nog een geweldige koprol bij maakt. Zolang je daar samen in gelooft kan er niks mis gaan.

Ai betekent samenkomen of samenbrengen, Ki is energie en Do is (levens)weg. Samen betekenen de drie woorden “de weg van samenbrengen van levensenergie”. Gek dat ik daar ook weer heel andere associaties bij krijg. Toch wens ik iedereen fijne 合気道-momenten komende maand.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 31e blog. Over een maand verschijnt de 32e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Dertig!

Binnen 30 seconden moet de spoedlijn zijn opgenomen. Dus je belt de huisarts, toetst een 1 en krijgt direct een assistente aan de lijn en anders binnen 30 seconden. Altijd fijn om te weten. In het boek Homo Deus van Harari vraagt hij zich echter af hoelang de huisarts nog bestaat.

Maar eerst even dit: ik ben (vandaag) geobsedeerd door het getal 30. Dit is mijn 30e blog. Iedere blog verschijnt op de 30e. Dat komt omdat één van mijn trouwe abonnees op de 30e is geboren. Zo kan ik goed onthouden wanneer ik weer aan de beurt ben. Laat ik het maar eerlijk bekennen: ik zit wel vaker met getallen te pielen. Heb ik van mijn vader. Die speelde altijd met getallen die hij op nummerborden tegenkwam en zo leerde hij steeds beter hoofdrekenen. Was ie trots op. Is eigenlijk overbodig geworden in deze tijd van steeds slimmere computers.

Terug naar de huisarts. In de wereld van kunstmatige intelligentie wordt hard gewerkt aan het diagnosticeren van ziekten, zo schrijft Harari. Laat ik mijn nieuwe huisarts Tom noemen. Tom kan informatie over alle bekende ziekten en medicijnen onthouden en dagelijks updaten, is op de hoogte van mijn genen, mijn medische geschiedenis, maar ook van de medische geschiedenis van mijn broers, ouders, neven etc. Bovendien weet Tom dat ik in de tropen ben geweest en of dat consequenties heeft voor de symptomen die ik beschrijf. Tom weet ook of er die dag meer mensen in mijn omgeving over diarree klagen. Tom wordt nooit moe, heeft nooit honger en altijd tijd.

Ik weet eigenlijk niet of ik Tom zo’n geruststellende gedachte vind. Je wilt in dergelijke situaties toch even met iemand praten? Nou, zo lees ik, dat blijkt Tom ook te kunnen. Hij stemt zijn verhaal zelfs af op mijn gemoedstoestand en kan heel empathisch zijn.

Veertig jaar geleden zei cabaretier Fons Jansen al dat computers afstoffen het beroep van de toekomst zou worden. Als dat de prijs is die we moeten betalen voor goede zorg, soit. Ergens wel jammer, want ik kom beroepshalve graag bij de huisarts. Leuke mensen, lekkere koffie en ze zitten meestal nieuwsgierig op mij te wachten.

Maar als je nu nog geneeskunde studeert: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Ga over dertig jaar niet zitten klagen dat het vak zo veranderd is en dat je lamme handjes krijgt. Ik zit dan met Tom gezellig te kaarten, hij leest mij voor uit eigen werk of aait over mijn kale bol. Meer heb ik niet nodig. Kom Tom!

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 30e blog! Over zo’n 30 dagen verschijnt de 31e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Voor het geval dat

In het boek Jouw gezicht morgen leer ik een Spanjaard kennen die in Engeland voor een geheime organisatie werkt. Het is zijn taak om te onderzoeken wat mensen in de toekomst zullen doen. Wat er met zijn rapporten en adviezen gebeurt is hem niet bekend, evenmin voor wie ze in laatste instantie zijn bestemd of waar ze precies toe dienen. Soms denkt hij dat ze alleen maar gearchiveerd worden, voor het geval dat.

In de sector waar ik werkzaam ben gebeuren veel zaken ‘voor het geval dat’. Risico’s in kaart brengen en uitsluiten of op z’n minst verminderen. Op zich een mooi streven totdat het middel tot doel wordt verheven. In een huisartsenpraktijk wordt de temperatuur van de koelkast bewaakt zodat de medicatie voldoende gekoeld blijft. Een gewone thermometer is meestal niet voldoende omdat je niet weet hoe de temperatuur tussen twee metingen is geweest. Stel de stroom valt tijdelijk uit? Voor het geval dat moet je dus een andere, bijv. een digitale thermometer aanschaffen. Die kun je ‘uitlezen’. Daar kunnen wij dan de aandacht op vestigen. Het is echter van belang dat de huisartsen zelf bepalen welke risico’s zij zien. De thermometer blijft een middel. Ieder uur op de gewone thermometer kijken, ook ’s avonds en in het weekend, is ook prima. We kunnen hen daarop bevragen en dat is nuttig, maar steeds meer hebben we de neiging om hen een middel voor te schrijven.

Huisartsen lossen liever een probleem op. Dat zijn ze gewend. Daar zijn ze goed in. Er dient zich iemand aan met buikpijn en zij kijken wat ze kunnen doen. Vaak is dat voldoende, soms schiet het tekort en is het goed wat meer te anticiperen. Dat kun je leren.

In Jouw gezicht morgen beschrijft de auteur dat vroeger elke reiziger die een bezoek bracht aan de Verenigde Staten de vraag werd gesteld of hij van plan was de president van dat land naar het leven te staan. Niemand gaf ooit een bevestigend antwoord op die vraag, behalve voor de grap. De reden van die vraag was blijkbaar dat, mocht iemand op het idee komen een aanslag te plegen op de president, aan de belangrijkste tenlastelegging die van meineed kon worden toegevoegd. De vraag werd dus gesteld voor het geval dat.

Mij werd ooit gevraagd of ik male of female was toen ik de VS inging. Ik moest er om lachen, maar dat bleek niet de juiste reactie te zijn. Ze wilden volgens mij weten of ik er ook als man weer uit zou gaan. Terecht. Stel je voor.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 29e blog. Over een maand verschijnt de 30e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via:

Hoe groot is uw doos?

‘Hoe groot is uw doos?’ vroeg ze. ‘Ik heb geen doos’, antwoordde ik. ‘Toch heb ik de afmetingen nodig’.

Ik was in gesprek met een mevrouw van de service balie van KLM. Ik wil mijn fiets mee in het vliegtuig en daar moet een doos omheen. Ik zei dat het een gewone herenfiets was, maar daar nam ze geen genoegen mee. ‘Als uw doos niet de juiste afmetingen heeft, dan kunnen ze moeilijk gaan doen’, zei ze dreigend. Wie ‘ze’ zijn liet ze in het midden.

Aan de vooravond van een lange fietstocht langs de Donau ben ik alvast mijn terugtocht aan het regelen. Ik vlieg volgende maand van Boedapest naar Amsterdam. In Boedapest zijn geen dozen te koop, zoals op Schiphol. ‘Dus ik moet naar de Hongaarse supermarkt om dozen te verzamelen die ik om mijn fiets knutsel?’, vroeg ik haar. Zover ging de service niet want ze leek niet bereid mee te denken hoe ik dit varkentje zou kunnen wassen. Je moet het allemaal maar zelf uitzoeken.

Bij dat soort momenten kijk ik reikhalzend uit naar het nieuwe boek van Rutger Bregman ‘De meeste mensen deugen’. Daarin breekt hij met het idee dat mensen van nature egoïstisch, paniekerig en agressief zijn. Hoewel we bijna allemaal het tegenovergestelde denken, blijken de meeste mensen te deugen en dat komt bij rampen het meest duidelijk naar boven: we zijn hulpvaardig, kijken om naar de zwakkeren en zijn zelfs bereid ons leven te geven. Dat is nog eens wat anders dan de ‘vernistheorie’ waarin de beschaving maar een dun laagje zou zijn dat bij het minste of geringste zou barsten. Het is precies andersom: juist als de bommen uit de lucht vallen of de dijken breken, komt het beste in ons naar boven.

Inmiddels was mij duidelijk geworden dat in het vliegtuig de trappers eraf moeten, het stuur scheef en het voorwiel eruit. Anders past de fiets sowieso niet in de doos die maximale afmetingen kent. Daar is gereedschap voor nodig. Dat ga ik meenemen, zodat ik niet afhankelijk ben van de Hongaarse servicebalie in Boedapest. Het grote genieten kan beginnen: de bron van de Donau opzoeken en mij mee laten voeren stroomafwaarts door lieflijke landschappen, mooie steden, leuke pinguïns en beroemde kerkjes die ik van mijn moeder allemaal moet bekijken want ‘daar kun je niet zomaar aan voorbij gaan’. Dat advies sla ik grotendeels in de wind omdat ik hoop al fietsend te kunnen mijmeren over het mooie idee dat alle mensen deugen. Of dat lukt weet ik niet want ja, die doos.

Uit: 1000 PINGUÏNS
Door: WASCO

Dit is mijn 28e blog. Over een maand verschijnt de 29e. Omdat het kan. Ook aanmelden kan. Schrijf je in op de E-mail nieuwsbrief. Zie https://janfossen.nl/

Deel dit via: